vrijdag 6 augustus 2010

Weer op weg.







We verlaten Potsdam op zondagmorgen nadat we afscheid hebben genomen van Claus de havenmeester.
We gaan richting west dus weer richting Holland. Maar voor we zover zijn hebben we nog heel wat kilometers af te leggen en Seeenen te bevaren. We varen door een mooi gebied waar veel watersport is en de kanaaltjes worden afgewisseld door de Seeen. We varen achtereenvolgens over de Templiner See, Schwielo See en Groser Zernsee waar we in de buurt van Werden de Marina Zernsee ontdekken. Een haven met wasmachines en er is een Volvopenta dealer. We willen wassen en de gloeibougies laten testen, Ton vermoedt dat er een stuk is.
We melden ons bij de haven meester en voor al deze service moeten we wel in de buidel tasten, een nachtje kost 22 euro maar wel met stroom, water en douches. Deze prijzen zijn we niet gewend in dit gebied, terwijl we later in de folder zien dat een jaarligplaats ook alles inclusief 245 euro kost!! Voor de wasmachine wordt ik geroepen als hij beschikbaar is. Dat duurt een klein uurtje en komt de haven meester samen met een mevrouw melden dat er gewassen kan worden, ik mee met 2 draaien was in de tassen. Wat blijkt, alleen de mevrouw mag aan de knoppen zitten, ik mag de was wel zelf in de machine doen en er weer uit halen. Zo komt ze nog 3 keer melden dat er gewisseld kan worden, maar dan is alles weer keurig schoon en droog voor totaal 12 euro, met kwitanties!! En dat allemaal weer met warm weer, wij liggen helemaal buitenop de steiger en kunnen heerlijk zwemmen. Wat we dan ook regelmatig even doen om af te koelen. Er vaart een boot de haven uit en de schipper begint te roepen dat er niet gebaad mag worden veel te gevaarlijk, er varen boten!!! Nou ja daar “begrijpen” wij natuurlijk niets van. Maandagochtend sleutelen we samen de gloeibougies eruit, daar komen mijn dunne vingers aan te pas. Ze worden door de monteur getest en er blijkt niets stuk te zijn gelukkig. Ze kunnen er zo weer in, het was wel leuk trouwens om dat samen te doen. Zonder zorgen verlaten we haven en gaan een paar kilometer verder voor anker om te zwemmen, want het was weer warm en na een bakkie koffie weer op weg. We varen de Havel weer op en varen langs Phoben en Ketzin en steken de Trebel See over. De Havel stroomt hier heel grillig en heeft nogal wat zij takken en bijmeertjes die allen zeer ondiep zijn. Bij Saaringen een klein gehucht varen we een oude zijarm in en laten het anker vallen, we vangen wat wind uit de polder en zo hebben we een prachtige plek om te overnachten.
Dinsdagochtend worden we wakker van de regen op het dak, dit is pas de 2e regendag bij het wakker worden. Het wordt al snel droog en na de lunch gaan we anker op richting Brandenburg een oud Oostduits stadje , waar inmiddels een redelijk groot overdekt winkelcentrum is, maar waar verder nog veel te renoveren is. Daar trekt een onweersbui over ons heen terwijl we in de stad lopen, we duiken snel bij de bakker naar binnen, kopen lekkkere broodjes en bestellen een cappuccino en wachten de bui af . De kade is niet zo`n prettige overnachtingplaats dus we maken los en gaan 5 kilometer verder op de Breitling See voor anker. Daar kijken we s`avonds voor het eerst een DVD, The Reader, aan te raden als je hem nog niet hebt gezien.
Woensdagmorgen na het ochtendritueel, gaan we anker op en varen dan via de Plauer See, waar we nog even met de kiel over op het zand schuiven, terwijl het er volgens de kaart 2,5 meter diep moet zijn, naar het Elbe- Havel knanaal. Waar de kilometertelling van het Mittelandkanaal wat 380 kilometer lang is al begint.
We stoppen om half 4 op de Nigripper See, dat is iets voorbij Burg en 5 kilometer voor het Elbe Aquaduct . Weer een mooie ankerplek een plas die ontstaan is door grintafgraving met schoon helder zwemwater.
Donderdag , na baden en haren wassen gaan we richting sluis Hohenwarte waar we 3 kwartier moeten wachten tot we na een vrachtschip in mogen varen, met deze sluis gaan we 19,7 meter omhoog naar het pijl van het Mittelandkanaal.Wèèr indrukwekkend, we varen onder het sluisgebouw door een donker gat in en zien als we omhoog kijken ver boven ons de blauwe lucht. Er zijn drijvende bolders in de muur waar we aan vast maken en verder gaat alles vanzelf. Deze sluis is 190 meter lang en 12,5 meter breed, dus reken maar uit wat een sluisgang een water verplaatst, daar zou het Mittelandkanaal langzaam op leeglopen. Daar hebben ze het volgende op gevonden, naast de sluis zijn 3 spaarbekkens en een machinekamer waar 3 enorme pompen staan waarmee de spaarbekkens worden vol of leeg gepompt. Elke pomp heeft een capaciteit van 3,5 kubieke meter per seconde, zo gaat er dus geen water verloren.
Na de sluis moeten we ons via de marifoon melden en toestemming vragen om door de kanaalbrucke ( het Elbe aquaduct ) te mogen varen, dat is nl eenrichtingsverkeer en dat wordt door de verkeersleiding op de sluis geregeld. Niet melden levert je een boete op van 35 euro!
Het is bizar op 18,5 meter hoogte vaar je over de rivier de Elbe heen, waar we 45 dagen geleden op de Elbe onder het aquaduct doorvaarden, ons rondje Oostduitsland is gemaakt.
Het waren trouwens 2 Nederlandse fietsers, die bij het begin van de brucke stonden te kijken en te fotograferen en het bizar noemden.
We varen door naar autostad Wolsburg, daar willen we morgen opnieuw een poging wagen om met de bus door de fabriek te gaan en het productieproces van de volkswagen te zien. Ik schrijf dit terwijl we door het Mittelandkanaal varen en we nog 15 kilometer van Wolfsburg af zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten